Home Bijbel dagelijks Oude Testament 23 Jesaja Jesaja 27 – God reinigt en herstelt Zijn volk

Jesaja 27 – God reinigt en herstelt Zijn volk

0
1140
Symbolische schildering van Jesaja 27: een overwonnen slang in zee, een bloeiende wijngaard, en pelgrims op weg naar een lichtende bergstad bij zonsondergang.
Beeld van Jesaja 27: Gods overwinning op het kwaad, Zijn zorg voor de wijngaard en de terugkeer van Zijn volk naar vrede.

Jesaja 27 is een troostvol en krachtig hoofdstuk waarin de profeet spreekt over de toekomst van Gods volk en over Gods overwinning op het kwaad. Waar eerdere hoofdstukken van Jesaja oordelen aankondigen, brengt dit hoofdstuk hoop en herstel. Het beschrijft hoe God niet alleen het kwaad in de wereld zal vernietigen, maar ook Zijn volk Israël zal reinigen, herstellen en terugbrengen tot ware aanbidding.

Gods overwinning op het kwaad

Het hoofdstuk opent met een majestueus beeld van Gods macht. God zal afrekenen met Leviathan, het symbool van het kwaad, van chaos en vijandige machten die zich tegen Hem verzetten. Hij doet dit met Zijn machtige zwaard, een teken van Zijn heiligheid en rechtvaardigheid. Niets kan standhouden tegenover Hem. Dit laat zien dat de wereld in Gods hand ligt en dat geen enkele kracht groter is dan Hij. Voor het volk van God betekent dit bevrijding en zekerheid: het kwaad heeft niet het laatste woord.

De wijngaard van de HEERE

Daarna spreekt Jesaja over een wijngaard, een beeld dat vaker in de Bijbel voorkomt om Israël te beschrijven. Eerder werd Israël als een onvruchtbare wijngaard genoemd, maar hier verandert het beeld volledig. God Zelf zorgt nu voor Zijn wijngaard, Hij bewaakt haar dag en nacht, geeft haar water en beschermt haar tegen schade. De HEERE toont zich als een zorgzame, liefdevolle Beschermer. Er is geen woede meer in Hem, alleen zorg en trouw. Zelfs wie Hem vijandig is, kan nog vrede sluiten met Hem. Het is een uitnodiging tot verzoening: laat u met God verzoenen, want Hij verlangt niet naar vernietiging, maar naar herstel.

Tuchtiging en reiniging

Het midden van het hoofdstuk gaat over Gods tucht over Israël. Die tucht is niet bedoeld als straf uit toorn, maar als een middel tot zuivering. Israël heeft gezondigd door afgoden te dienen en van God af te dwalen, maar Gods doel is niet om Zijn volk te vernietigen. Zijn kastijding is zuiverend: Hij breekt de afgodsbeelden af, haalt de altaren omver en maakt het volk vrij van zijn zonden. Zo wordt het hart weer gericht op de HEERE. God gebruikt moeite en tegenslag niet om Zijn kinderen te breken, maar om hen te vormen.

De oogst van de HEERE

Verderop beschrijft Jesaja hoe God Zijn volk zal verzamelen. Van de rivier de Eufraat tot aan de grens van Egypte zal Hij Zijn volk één voor één bijeenbrengen. Niemand zal worden vergeten. God kent ieder persoonlijk, en Hij brengt allen terug tot de plaats van rust en aanbidding. Het is een intiem beeld van zorg en trouw. Zoals een landbouwer zijn graan dorst en zorgvuldig de aren bijeenbrengt, zo zal God ook Zijn volk verzamelen. Dit laat zien dat Zijn verlossing niet algemeen of afstandelijk is, maar persoonlijk en vol liefde.

Aanbidding en verlossing

Het slot van Jesaja 27 schetst een ontroerend tafereel: zij die verstrooid waren, keren terug om de HEERE te aanbidden op de heilige berg te Jeruzalem. Wat begon met oordeel eindigt met lof. Dit is het doel van Gods handelen: dat mensen Hem kennen, Hem eren en leven in gemeenschap met Hem. De terugkeer van het volk is niet slechts een fysieke thuiskomst, maar een geestelijke vernieuwing. Het is een beeld van ware aanbidding, waarin vrede, dankbaarheid en trouw centraal staan.

Betekenis en toepassing

Jesaja 27 leert dat God rechtvaardig is, maar ook vol barmhartigheid. Hij straft het kwaad, maar bewaart Zijn volk. Hij reinigt, herstelt en vernieuwt. Zelfs wanneer mensen van Hem afdwalen, blijft Hij trouw. Zijn genade overwint onze zwakheid, en Zijn plannen leiden altijd tot leven. Dit hoofdstuk richt de blik niet op angst, maar op hoop. Want wie zich aan God toevertrouwt, mag weten dat Hij beschermt, leidt en redt.

Samenvattend

Jesaja 27 is een lofzang op Gods trouw. Hij overwint het kwaad, reinigt Zijn volk en brengt hen thuis. De beelden van de wijngaard, de oogst en de heilige berg laten zien dat Gods doel niet vernietiging, maar vernieuwing is. Wie in Hem gelooft, mag zeker zijn dat Hij herstelt wat gebroken is, dat Hij leven brengt waar dood was, en dat Hij vrede schenkt aan wie Hem zoeken.


Jesaja 27

1 Te dien dage zal de HEERE met Zijn hard, en groot, en sterk zwaard bezoeken den Leviathan, de langwemelende slang, ja, den Leviathan, de kromme slomme slang; en Hij zal den draak, die in de zee is, doden.

2 Te dien dage zal er een wijngaard van roden wijn zijn; zingt van denzelven bij beurte.

3 Ik, de HEERE, behoede dien, alle ogenblik zal Ik hem bevochtigen; opdat de vijand hem niet bezoeke, zal Ik hem bewaren nacht en dag.

4 Grimmigheid is bij Mij niet; wie zou Mij als een doorn en distel in oorlog stellen, dat Ik tegen hem zou aanvallen, en hem te gelijk verbranden zou?

5 Of hij moest Mijn sterkte aangrijpen, hij zal vrede met Mij maken; vrede zal hij met Mij maken.

6 In het toekomende zal Jakob wortelen schieten, Israël zal bloeien en groeien; en zij zullen de wereld met inkomsten vervullen.

7 Heeft Hij hem geslagen, gelijk Hij dien geslagen heeft, die hem sloeg? Is hij gedood, gelijk zijn gedoden gedood zijn geworden?

8 Met mate hebt Gij met hem getwist, wanneer Gij hem wegstiet; als Hij hem wegnam door Zijn harden wind, in den dag des oostenwinds.

9 Daarom zal daardoor de ongerechtigheid van Jakob verzoend worden, en dit is de ganse vrucht, dat Hij deszelfs zonde zal wegdoen, wanneer Hij al de stenen des altaars maken zal als verstrooide kalkstenen, de bossen en de zonnebeelden zullen niet bestaan.

10 Want de vaste stad zal eenzaam, de woonstede zal verstoten en verlaten worden, gelijk een woestijn; daar zullen de kalveren weiden, en daar zullen zij nederliggen, en zullen haar takken verslinden.

11 Als haar takken verdord zullen zijn, zullen zij afgebroken worden, en de vrouwen, komende, zullen ze aansteken; want het is geen volk van enig verstand; daarom zal Hij, Die het gemaakt heeft, Zich deszelven niet ontfermen, en Die het geformeerd heeft, zal aan hetzelve geen genade bewijzen.

12 En het zal te dien dage geschieden, dat de HEERE dorsen zal, van den stroom der rivier af tot aan de rivier van Egypte; doch gijlieden zult opgelezen worden, een bij een, o gij kinderen Israëls!

13 En het zal te dien dage geschieden, dat er met een grote bazuin geblazen zal worden; dan zullen die komen, die in het land van Assur verloren zijn, en de heengedrevenen in het land van Egypte; en zij zullen den HEERE aanbidden op den heiligen berg te Jeruzalem.