2 Kronieken 26 beschrijft in den beginnen hoe Uzzia koning wordt over Juda en een periode van voorspoed en militaire versterking brengt, zolang hij de HEERE zoekt. Zijn trouw leidt tot groei, bouwprojecten en overwinning over vijanden. Wanneer hij echter hoogmoedig wordt en het heiligdom binnengaat om reukwerk te branden, straft God hem met melaatsheid, waardoor zijn regering tragisch eindigt.
Uzzia’s leven toont de spanning tussen gehoorzaamheid en hoogmoed. Zijn leiderschap begint voorbeeldig, maar ontspoort wanneer hij Gods orde doorbreekt. Deze beweging vormt het hart van 2 Kronieken 26 en geeft inzicht in de geestelijke verantwoordelijkheid van koningen in Juda.
De regering van Uzzia
Uzzia’s aanstelling als koning (26:1-5)
Uzzia wordt op zestienjarige leeftijd koning na de dood van zijn vader Amazia. Het volk kiest hem eensgezind en zijn eerste jaren staan in het teken van stabiliteit. Hij doet wat recht is in de ogen van de HEERE, net zoals Amazia dat aanvankelijk deed. Zijn geestelijke groei wordt ondersteund door de profeet Zacharia, die hem onderwijst in de vreze des HEEREN. Zolang Uzzia God zoekt, geeft de HEERE hem voorspoed en vrede. Deze grondhouding vormt de basis voor de bloei die Juda onder zijn leiding ervaart.
Vroege voorspoed en militaire successen (26:6-8)
In zijn sterke beginfase voert Uzzia succesvolle veldtochten tegen de Filistijnen. Hij breekt de muren van Gath, Jabne en Asdod af en bouwt versterkte steden in het land van de Filistijnen. Zijn invloed reikt verder naar de Arabieren in Gur-Baal en de Meünieten, die hem onderdanig worden. Zelfs de Ammonieten betalen schatting. Door deze groei neemt zijn naam toe tot in Egypte. Dit alles onderstreept hoe militaire kracht en trouw aan God in zijn regering samen optrekken.
Bouwprojecten en economische ontwikkeling
Versterking van Jeruzalem (26:9-10)
Uzzia richt zijn aandacht ook op de binnenlandse structuur. Hij bouwt torens aan de Hoekpoort, de Dalpoort en de Hoekwal in Jeruzalem. Deze versterkingen vergroten de veiligheid en geven de stad een strategisch voordeel bij eventuele aanvallen. Daarnaast legt hij zich toe op landbouw en irrigatie, met torens in de woestijn en veel vee in het laagland en de vlakten. Hij heeft akker- en wijngaardeniers in de bergen en op vruchtbare grond, want Uzzia heeft liefde voor de landbouw. Deze aandacht voor het land komt voort uit zorg voor het volk.
Organisatie van het leger (26:11-13)
Het leger van Uzzia is zorgvuldig opgebouwd en administratief goed vastgelegd. De legerhoofden worden ingeschreven onder toezicht van de schrijver Jeiël en de kanselier Maäseja, onder leiding van Hananja, een van de vorsten van de koning. In het leger zijn 2.600 hoofden, die een strijdmacht van 307.500 geoefende strijders aanvoeren. Deze mannen zijn bekwaam en bereid om Juda te verdedigen tegen elke vijand. De nauwkeurige organisatie toont Uzzia’s verstand van militair bestuur.
Techniek, uitrusting en innovatie
Wapens en uitrusting (26:14-15a)
Uzzia rust zijn leger uit met schilden, speren, helmen, pantsers, bogen en slingers. De uitrusting is compleet en bedoeld om Juda een sterke verdedigingsmacht te geven. Daarnaast laat hij in Jeruzalem vindingrijke toestellen maken, mogelijk ontworpen door kundige vaklieden, die op torens en hoeken staan om pijlen en grote stenen af te schieten. Deze vroege vormen van belegeringstechniek tonen hoe ver Uzzia gaat in het versterken van zijn macht. Zijn naam gaat wijd en zijd uit, want hij wordt wonderlijk geholpen totdat hij machtig is.
De zonde van Uzzia
De opkomst van hoogmoed (26:15b-16)
Nadat Uzzia sterk geworden is, verandert zijn hart. De tekst benadrukt dat zijn kracht hem tot hoogmoed verleidt, waardoor hij verderfelijk handelt. Hij treedt het heiligdom van de HEERE binnen om op het reukofferaltaar reukwerk te branden. Deze taak behoort uitsluitend toe aan de priesters, de zonen van Aäron. Zijn overtreding is ernstig omdat hij de door God ingestelde orde schendt en zichzelf boven zijn roeping verheft. Het contrast met zijn gehoorzaamheid in het begin is opvallend.
Tegenstand van de priesters (26:17-18)
Azaria, de hogepriester, gaat met tachtig priesters moedig de strijd aan door Uzzia tegen te houden. Zij wijzen hem erop dat het reukwerk alleen door priesters mag worden gebracht en dat zijn daad geen eer zal brengen. Hun optreden is duidelijk en standvastig. Toch wordt Uzzia toornig. Zijn verontwaardiging toont hoe ver hij van nederigheid is afgeweken. In het heiligdom, terwijl hij een reukvat in zijn hand houdt, wordt de spanning tussen gehoorzaamheid aan God en menselijke macht zichtbaar.
De straf: Uzzia’s melaatsheid (26:19-21)
Terwijl Uzzia boos is, verschijnt plotseling melaatsheid op zijn voorhoofd. De priesters zien het direct en drijven hem haastig naar buiten, want de HEERE heeft hem geslagen. Uzzia haast zich zelf ook naar buiten, overweldigd door het oordeel dat hem treft. Zijn melaatsheid blijft tot zijn dood. Hij wordt afgezonderd van het volk en woont in een afzonderlijk huis, terwijl zijn zoon Jotham het paleis bestuurt en het land regeert. Uzzia’s tragische val benadrukt hoe ernstig God ongehoorzaamheid in heilige zaken neemt.
Het einde van Uzzia’s regering
Overlijden en begrafenis (26:22-23)
De profeet Jesaja, de zoon van Amoz, beschrijft de verdere daden van Uzzia. Wanneer de koning sterft, wordt hij begraven op een veld bij het graf van de koningen, want men zegt dat hij melaats is. Deze plaatsing buiten de gebruikelijke koningsgraven bevestigt zijn afzondering en het blijvende merkteken van Gods oordeel. Zijn zoon Jotham volgt hem op. De geschiedenis van Uzzia laat daarmee een dubbel spoor achter: een tijd van grote voorspoed en een scherpe waarschuwing tegen hoogmoed.
Conclusie
2 Kronieken 26 geeft een helder beeld van Uzzia’s succes zolang hij de HEERE zoekt en van zijn val wanneer hij de grenzen van zijn roeping overschrijdt. Zijn leven toont hoe snel macht kan leiden tot hoogmoed en hoe belangrijk het is om God te blijven eren. De combinatie van voorspoed, verantwoordelijkheid en geestelijke trouw vormt het kernmotief van dit hoofdstuk, dat zowel bemoedigt als waarschuwt.
Laatst bijgewerkt op 2025-12-02
2 Kronieken 26
1 Toen nam het ganse volk van Juda Uzzia (die nu zestien jaren oud was), en maakte hem koning in de plaats van zijn vader Amazia.
2 Dezelve bouwde Eloth, en bracht ze weder aan Juda, nadat de koning met zijn vaderen ontslapen was.
3 Zestien jaren was Uzzia oud, toen hij koning werd, en hij regeerde twee en vijftig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Jecholia, van Jeruzalem.
4 En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader Amazia gedaan had.
5 Want hij begaf zich om God te zoeken, in de dagen van Zacharia, die verstandig was in de gezichten Gods; in de dagen nu, dat hij den HEERE zocht, maakte hemGod voorspoedig.
6 Want hij toog uit, en krijgde tegen de Filistijnen, en brak den muur van Gath, en den muur van Jabne, en den muur van Asdod; daartoe bouwde hij steden in Asdod,en onder de Filistijnen.
7 En God hielp hem tegen de Filistijnen, en tegen de Arabieren, die te Gur-Baal woonden, en tegen de Meunieten.
8 En de Ammonieten gaven Uzzia geschenken; en zijn naam ging tot den ingang van Egypte, want hij sterkte zich ten hoogste.
9 Daartoe bouwde Uzzia torens te Jeruzalem, aan de Hoekpoort en aan de Dalpoort, en aan de hoeken; en hij sterkte ze.
10 Hij bouwde ook torens in de woestijn, en hieuw vele putten uit, overmits hij veel vee had, beide in de laagten en in de effene velden; akkerlieden en wijngaardeniersop de bergen en op de vruchtbare velden; want hij was een liefhebber van den land bouw.
11 Verder had Uzzia een heirkracht van geoefenden ten oorlog, uittrekkende ten heire bij benden, naar het getal hunner monstering, daar de hand van Jeiel, denschrijver, en Mahaseja, den ambtman; onder de hand van Hananja, een van de vorsten des konings.
12 Het gehele getal van de hoofden der vaderen, der strijdbare helden, was twee duizend en zeshonderd.
13 En onder hun hand was een krijgsheir van driehonderd zeven duizend en vijfhonderd, die met strijdbare kracht zich ten oorlog oefenden, om den koning tegen denvijand te helpen.
14 En Uzzia bereidde voor hen, voor het ganse heir, schilden, en spiesen, en helmen, en pantsieren, en bogen, zelfs tot de slingerstenen toe.
15 Hij maakte ook te Jeruzalem kunstige werken, bedenking van kunstige werkmeesters, dat zij op de torens en op de hoeken zijn zouden, om met pijlen en met grotestenen, te schieten; zo ging zijn naam tot verre toe uit, want hij werd wonderlijk geholpen, totdat hij sterk was.
16 Maar als hij sterk geworden was, verhief zich zijn hart tot verdervens toe, en hij overtrad tegen den HEERE, zijn God; want hij ging in den tempel des HEEREN, omte roken op het reukaltaar.
17 Doch Azaria, de priester, ging hem na, en met hem des HEEREN priesters, tachtig kloeke mannen.
18 En zij wederstonden den koning Uzzia, en zeiden tot hem: Het komt u niet toe, Uzzia, den HEERE te roken, maar den priesteren, Aarons zonen, die geheiligd zijn,om te roken; ga uit het heiligdom, want gij hebt overtreden, en het zal u niet tot eer zijn van den HEERE God.
19 Toen werd Uzzia toornig, en het reukwerk was in zijn hand, om te roken; als hij nu toornig werd tegen de priesteren, rees de melaatsheid op aan zijn voorhoofd, voorhet aangezicht der priesteren in het huis des HEEREN, van boven het reukaltaar.
20 Alstoen zag de hoofdpriester Azaria op hem, en al de priesteren en ziet, hij was melaats aan zijn voorhoofd, en zij stieten hem met der haast van daar, ja hij zelfwerd ook gedreven uit te gaan, omdat de HEERE hem geplaagd had.
21 Alzo was de koning Uzzia melaats tot aan den dag zijns doods; en melaats zijnde, woonde hij in een afgezonderd huis, want hij was van het huis des HEERENafgesneden; Jotham nu, zijn zoon, was over het huis des konings, richtende het volk des lands.
22 Het overige nu der geschiedenissen van Uzzia, de eerste en de laatste, heeft de profeet Jesaja, de zoon van Amos, beschreven.
23 En Uzzia ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem bij zijn vaderen, in het veld van de begrafenis, die van de koningen was; want zij zeiden: hij is melaats; enzijn zoon Jotham werd koning in zijn plaats.









