Home Bijbel dagelijks Oude Testament 14 2 Kronieken 2 Kronieken 23: Herstel van koning en verbond

2 Kronieken 23: Herstel van koning en verbond

0
996
2 Kronieken 23 kroning van Joas in de tempel, Jojada die leidt en Juda dat terugkeert naar het verbond van de Heere.
2 Kronieken 23 toont hoe Joas door Jojada wordt gezalfd en Juda terugkeert tot de dienst van de Heere.

In 2 Kronieken 23 wordt de lang verborgen erfgenaam Joas door Gods leiding verheven tot koning, terwijl het verbond met de Heere wordt hersteld en afgoderij wordt verwijderd. Het hoofdstuk laat zien hoe de priester Jojada orde schept, het volk samenbrengt en Davids huis bevestigt volgens de beloften van de Heere.

In 2 Kronieken 23 wordt Athalia’s heerschappij beëindigd en keert Juda terug tot gehoorzaamheid aan de Heere. De zorgvuldigheid van Jojada en de hernieuwde inzet van de priesters en Levieten vormen de basis voor het herstel van recht en ware eredienst.

De voorbereiding van Jojada

Jojada roept de oversten bijeen en laat hen een eed zweren in het huis van God (2 Kronieken 23:1). Deze eed markeert het begin van een goddelijke ommekeer. Hij toont hen Joas, de zoon van Ahazia, die zes jaar verborgen was gehouden in de tempel (2 Kronieken 23:3). Hiermee legt hij uit dat de Heere beloften aan David gaf en dat de troon aan diens nageslacht behoort, in overeenstemming met eerdere toezeggingen in bijvoorbeeld 2 Samuël 7:12-16.

Daarna stelt Jojada een verdeling in onder de Levieten en priesters volgens de orden van David (2 Kronieken 23:6). Wachters worden geplaatst bij de poorten, de ingangen en rondom de koning zodat de zalving ordelijk en veilig kan verlopen.

De kroning van Joas

De Levieten en de strijders nemen hun posities in zoals Jojada heeft bevolen (2 Kronieken 23:8). Zij omringen de jonge koning om hem te beschermen tegen mogelijke tegenstand van Athalia. Jojada brengt de kroon en het getuigenis, waarna Joas tot koning wordt gezalfd (2 Kronieken 23:11). Het volk juicht en prijst de Heere, want deze gebeurtenis herstelt het rechtmatige koningschap dat door Athalia was verdrongen.

Athalia hoort het geroep en komt naar het huis van de Heere. Wanneer zij ziet dat Joas gezalfd is, scheurt zij haar kleren en roept zij verraad (2 Kronieken 23:13). Jojada beveelt echter dat zij buiten het heiligdom moet worden weggevoerd om daar terechtgebracht te worden (2 Kronieken 23:14). Zo wordt het kwaad dat Juda jarenlang onderdrukte afgesneden.

Het herstel van het verbond

Jojada sluit een verbond tussen de Heere, de koning en het volk om de Heere te dienen (2 Kronieken 23:16). Dit verbond vormt de kern van het geestelijke herstel. Het volk breekt het huis van Baäl af, vernietigt de altaren en doodt de afgodspriesters (2 Kronieken 23:17). Door deze daden keert Juda terug tot de ware eredienst.

De Levieten worden opnieuw aangesteld volgens de inzettingen van David en Mozes. Zij brengen dankoffers en staan weer in hun dienst met zang, gebed en offers (2 Kronieken 23:18). De poortwachters bewaken de heiligheid van het huis van de Heere door iedereen buiten te houden die onrein is (2 Kronieken 23:19).

De vestiging van het koningschap

Een grote stoet begeleidt de jonge koning van het huis van de Heere naar het paleis (2 Kronieken 23:20). Joas neemt plaats op de koninklijke troon, waarmee Davids dynastie opnieuw wordt bevestigd (2 Kronieken 23:21). Blijdschap vervult het land, want de tijd van Athalia’s geweld is voorbij en de orde van de Heere is hersteld.

In deze gebeurtenis wordt duidelijk hoe trouw aan de Heere en gehoorzaamheid aan Zijn inzettingen leiden tot vrede en recht. Het priesterschap, het volk en het koningschap staan weer in de juiste verhouding, geleid door het verbond dat Jojada vernieuwt.

Conclusie

2 Kronieken 23 laat zien hoe de Heere Zijn beloften vervult door het rechtmatige koningschap te herstellen en het volk terug te brengen tot Zijn dienst. Door Jojada’s leiding keert orde terug, wordt Baäl uit Juda verwijderd en krijgt Joas zijn plaats op de troon. Het hoofdstuk benadrukt trouw, reiniging en de kracht van het verbond.

Laatst bijgewerkt op 30-11-2025


2 Kronieken 23

1 Doch in het zevende jaar versterkte zich Jojada, en nam de oversten der honderden, Azarja, den zoon van Jeroham en Ismael, den zoon van Johanan, en Azarja, denzoon van Obed, en Maaseja, den zoon van Adaja en Elisafat, den zoon van Zichri, met zich in een verbond.

2 Die togen om in Juda, en vergaderden de Levieten uit alle steden van Juda, en de hoofden der vaderen van Israel, en zij kwamen naar Jeruzalem.

3 En die ganse gemeente maakte een verbond in het huis Gods, met den koning; en hij zeide tot hen: Ziet, de zoon des konings zal koning zijn, gelijk als de HEERE vande zonen van David gesproken heeft.

4 Dit is de zaak, die gij doen zult: een derde deel van u, die op den sabbat ingaan, van de priesteren en van de Levieten, zullen tot poortiers der dorpelen zijn;

5 En een derde deel zal zijn aan het huis des konings; en een derde deel aan de Fondamentpoort; en al het volk zal in de voorhoven zijn van het huis des HEEREN.

6 Maar dat niemand kome in het huis des HEEREN, dan de priesteren en de Levieten, die dienen; die zullen ingaan, want zij zijn heilig; maar al het volk zal de wachtdes HEEREN waarnemen.

7 De Levieten nu zullen de koning rondom omsingelen, een ieder met zijn wapenen in zijn hand; en die tot het huis inkomt, zal gedood worden; doch weest gijlieden bijden koning, als hij inkomt en uitgaat.

8 En de Levieten en gans Juda deden naar alles, wat de priester Jojada geboden had; en zij namen een ieder zijn mannen, die op den sabbat inkwamen, met degenen,die op den sabbat uitgingen; want de priester Jojada had aan de verdelingen geen verlof gegeven.

9 Verder gaf de priester Jojada aan de oversten der honderden de spiesen, en de rondassen, en de schilden, die van den koning David geweest waren, die in het huisGods waren.

10 En hij stelde al het volk, en een ieder met zijn geweer in zijn hand, van de rechterzijde van het huis tot de linkerzijde van het huis, naar het altaar, en naar het huis, bijden koning rondom.

11 Toen brachten zij des Konings zoon voor, en zetten hem de kroon op, en gaven hem de getuigenis, en zij maakten hem koning; en Jojada en zijn zonen zalfden hem,en zeiden: De koning leve!

12 Toen nu Athalia hoorde de stem des volks, dat toeliep en den koning roemde, kwam zij tot het volk in het huis des HEEREN.

13 En zij zag toe; en ziet, de koning stond bij zijn pilaar, aan de ingang; en de oversten en de trompetten waren bij den koning; en al het volk des lands was blijde, enblies met de trompetten; en de zangers waren er met muzikale instrumenten, en gaven te kennen, dat men lofzingen zou; toen verscheurde Athalia haar klederen, enzij riep: Verraad, verraad!

14 Maar de priester Jojada bracht de oversten der honderden, die over het heir gesteld waren, uit, en zeide tot hen: Brengt ze uit tot buiten de ordeningen, en die haarvolgt, zal met het zwaard gedood worden; want de priester had gezegd: Gij zult ze in het huis des HEEREN niet doden.

15 En zij legden de handen aan haar, en zij ging naar den ingang van de Paardenpoort, naar het huis des konings; en zij doodden ze daar.

16 En Jojada maakte een verbond tussen zich, en tussen al het volk, en tussen den koning, dat zij den HEERE tot een volk zouden zijn.

17 Daarna ging al het volk in het huis van Baal, en braken dat af; en zijn altaren en zijn beelden verbraken zij, en Matthan, den priester van Baal, sloegen zij dood voorde altaren.

18 Jojada nu bestelde de ambten in het huis des HEEREN, onder de hand der Levietische priesteren, die David in het huis des HEEREN afgedeeld had, om debrandofferen des HEEREN te offeren, gelijk in de wet van Mozes geschreven is, met blijdschap en met gezang, naar de instelling van David.

19 En hij stelde de poortiers aan de poorten van het huis des HEEREN, opdat niemand, in enig ding onrein zijnde, inkwame.

20 En hij nam de oversten der honderden, en de machtigen, en die heerschappij hadden onder het volk, en al het volk des lands, en bracht den koning van het huis desHEEREN af, en zij kwamen door het midden der hoge poort in het huis des konings; en zij zetten den koning op den troon des koninkrijks.

21 En al het volk des lands was blijde, en de stad werd stil, nadat zij Athalia met het zwaard gedood hadden.