Home Bijbel dagelijks Oude Testament 01 Genesis Genesis 13: Abram en Lot scheiden: Gods belofte blijft

Genesis 13: Abram en Lot scheiden: Gods belofte blijft

0
1094
Graffiti-illustratie van Abram en Lot die afscheid nemen, met zonlicht en heuvels op de achtergrond in streetstijl.
Street art verbeeldt het vreedzame afscheid tussen Abram en Lot, voorafgaand aan Gods hernieuwde belofte aan Abram.

Genesis 13 vertelt het verhaal van de scheiding tussen Abram (later Abraham genoemd) en zijn neef Lot, en hoe God Abram daarna opnieuw belooft het land Kanaän aan hem en zijn nageslacht te geven.

Na hun terugkeer uit Egypte trokken Abram, zijn vrouw Sarai en Lot naar het zuiden. Abram was inmiddels zeer rijk in vee, zilver en goud. Ook Lot had veel vee, tenten en bezit. Hun gezamenlijke rijkdom werd zo groot dat het land waarin zij samen verbleven hen niet meer kon dragen. Dit leidde tot spanningen tussen de herders van Abram en die van Lot. Ook woonden er toen Kanaanieten en Ferezieten in het gebied, wat het nog drukker maakte.

Abram stelde een vreedzame oplossing voor: er mocht geen twist zijn tussen hen, omdat zij “mannen broeders” waren. Hij bood Lot aan om zelf een richting te kiezen — als Lot naar links zou gaan, zou Abram naar rechts gaan, en omgekeerd.

Lot koos daarop de vlakte van de Jordaan, die vruchtbaar en waterrijk was, vergelijkbaar met de hof van de HEERE of Egypte, vóórdat de HEERE Sodom en Gomorra verdierf. Hij trok in oostelijke richting en vestigde zich in de buurt van Sodom. Die stad werd echter bewoond door mensen die boos en grote zondaars waren tegenover de HEERE.

Nadat Lot van Abram was gescheiden, sprak God opnieuw tot Abram. God zei hem zijn ogen op te heffen en het land in alle richtingen te overzien, want al het land dat Abram zag zou aan hem en zijn nageslacht gegeven worden — voor altijd. Bovendien beloofde God dat zijn nageslacht zo talrijk zou zijn als het stof der aarde. Als iemand het stof zou kunnen tellen, dan zou men ook zijn nakomelingen kunnen tellen.

God gebood Abram om het land te doorkruisen, zowel in lengte als in breedte, omdat Hij het hem zou geven. Daarna verplaatste Abram zijn tent en vestigde zich bij de eikenbossen van Mamre, die bij Hebron liggen. Daar bouwde hij opnieuw een altaar voor de HEERE.

Samenvattend benadrukt Genesis 13 het belang van vrede, het vertrouwen op Gods voorziening en de hernieuwing van Zijn beloften aan Abram. De scheiding van Abram en Lot werd door God gebruikt om Zijn plan met Abram verder te ontvouwen.


1. Alzo toog Abram op uit Egypte naar het zuiden, hij en zijn huisvrouw, en al wat hijhad, en Lot met hem.

2 En Abram was zeer rijk, in vee, in zilver, en in goud.

3 En hij ging, volgens zijn reizen, van het zuiden tot Beth-El toe, tot aan de plaats,waar zijn tent in het begin geweest was, tussen Beth-El, en tussen Ai;

4 Tot de plaats des altaars, dat hij in het eerst daar gemaakt had; en Abram heeftaldaar den Naam des HEEREN aangeroepen.

5 En Lot, die met Abram toog, had ook schapen, en runderen, en tenten.

6 En dat land droeg hen niet, om samen te wonen; want hun have was vele, zodatzij samen niet konden wonen.

7 En er was twist tussen de herders van Abrams vee, en tussen de herders van Lotsvee. Ook woonden toen de Kanaanieten en Ferezieten in dat land.

8 En Abram zeide tot Lot: Laat toch geen twisting zijn tussen mij en tussen u, entussen mijn herders en tussen uw herders; want wij zijn mannen broeders.

9 Is niet het ganse land voor uw aangezicht? Scheid u toch van mij; zo gij delinkerhand kiest, zo zal ik ter rechterhand gaan; en zo gij de rechterhand, zo zal ikter linkerhand gaan.

10 En Lot hief zijn ogen op, en hij zag de ganse vlakte der Jordaan, dat zij die geheelbevochtigde; eer de HEERE Sodom en Gomorra verdorven had, was zij als dehof des HEEREN, als Egypteland, als gij komt te Zoar.

11 Zo koos Lot voor zich de ganse vlakte der Jordaan, en Lot trok tegen het oosten;en zij werden gescheiden, de een van den ander.

12 Abram dan woonde in het land Kanaan; en Lot woonde in de steden der vlakte,en sloeg tenten tot aan Sodom toe.

13 En de mannen van Sodom waren boos, en grote zondaars tegen den HEERE.

14 En de HEERE zeide tot Abram, nadat Lot van hem gescheiden was: Hef uw ogenop, en zie van de plaats, waar gij zijt noordwaarts en zuidwaarts, en oostwaartsen westwaarts.

15 Want al dit land, dat gij ziet, zal Ik u geven, en aan uw zaad, tot in eeuwigheid.

16 En Ik zal uw zaad stellen als het stof der aarde, zodat, indien iemand het stof deraarde zal kunnen tellen, zal ook uw zaad geteld worden.

17 Maak u op, wandel door dit land, in zijn lengte en in zijn breedte, want Ik zal hetu geven.

18 En Abram sloeg tenten op, en kwam en woonde aan de eikenbossen van Mamre,die bij Hebron zijn; en hij bouwde aldaar den HEERE een altaar.