Home Bijbel dagelijks Oude Testament 02 Exodus Exodus 18: Jethro prijst God en geeft raad aan Mozes

Exodus 18: Jethro prijst God en geeft raad aan Mozes

0
1172
Jethro spreekt Mozes toe en geeft wijze raad, omringd door familieleden, in barokke streetart-stijl met kleurrijke accenten.
Jethro geeft Mozes wijze raad in de woestijn, in een expressieve streetart-compositie met barokke kleuren en vormen.

Exodus 18 beschrijft het bezoek van Jethro, Mozes’ schoonvader, die hoort wat God voor Israël heeft gedaan. Jethro brengt Mozes’ vrouw en zonen terug, prijst God voor Zijn daden en geeft wijze raad over leiderschap. Dit hoofdstuk onderstreept het belang van dankbaarheid, goed bestuur en gedeelde verantwoordelijkheid.

Jethro brengt Mozes’ gezin terug (vers 1–6)

Jethro, priester van Midian en Mozes’ schoonvader, hoort hoe God Israël uit Egypte heeft bevrijd. Hij neemt Zippora, Mozes’ vrouw, en hun twee zonen Gersom en Eliezer mee naar Mozes in de woestijn bij de berg Gods.

Jethro prijst God en offert (vers 7–12)

Mozes ontvangt zijn schoonvader met eerbied. Hij vertelt alles wat God heeft gedaan: de redding uit Egypte en de wonderen onderweg. Jethro verheugt zich en zegt: “Nu weet ik dat de HEERE groter is dan alle goden.” Hij brengt offers en eet met Mozes, Aaron en de oudsten van Israël voor het aangezicht van God.

Jethro ziet Mozes’ belasting (vers 13–16)

De volgende dag ziet Jethro dat Mozes de hele dag het volk rechtspreekt. Mozes legt uit dat hij hun geschillen aan God voorlegt en Zijn wetten en richtlijnen bekendmaakt.

Wijs advies over leiderschap (vers 17–27)

Jethro merkt op dat deze manier van werken te zwaar is voor Mozes. Hij raadt aan dat Mozes zich richt op wat alleen hij kan doen: namens het volk tot God gaan, onderwijzen en richting geven. Voor de dagelijkse geschillen moet hij bekwame, Godvrezende mannen aanstellen als leiders over duizenden, honderden, vijftigen en tienen. Zij zullen het volk rechtspreken, en enkel moeilijke zaken aan Mozes voorleggen.

Mozes neemt het advies van Jethro aan. Hij stelt leiders aan en laat het volk rechtspreken volgens dit nieuwe systeem. Daarna keert Jethro terug naar zijn eigen land.

Slotgedachte

Exodus 18 leert dat leiderschap gedeeld mag en moet worden. Door vertrouwen te geven aan capabele mensen, ontstaat rust en orde. God wordt geëerd in het dankbare hart van Jethro én in het wijze handelen van Mozes.


Exodus 18

1

Toen Jethro, priester van Midian, schoonvader van Mozes, hoorde al wat Godaan Mozes, en aan Israel, Zijn volk, gedaan had: dat de HEERE Israel uit Egypteuitgevoerd had;

2

Zo nam Jethro, Mozes’ schoonvader, Zippora, Mozes’ huisvrouw (nadat hij haarwedergezonden had),

3

Met haar twee zonen, welker enes naam was Gersom (want hij zeide: Ik ben eenvreemdeling geweest in een vreemd land);

4

En de naam des anderen was Eliezer, want, zeide hij, de God mijns vaders is totmijn Hulpe geweest, en heeft mij verlost van Farao’s zwaard.

5

Toen nu Jethro, Mozes’ schoonvader, met zijn zonen en zijn huisvrouw, tot Mozeskwam, in de woestijn, aan den berg Gods, waar hij zich gelegerd had,

6

Zo zeide hij tot Mozes: Ik, uw schoonvader Jethro, kom tot u, met uw huisvrouw,en haar beide zonen met haar.

7

Toen ging Mozes uit, zijn schoonvader tegemoet, en hij boog zich, en kuste hem;en zij vraagden de een den ander naar den welstand, en zij gingen naar de tent.

8

En Mozes vertelde zijn schoonvader alles, wat de HEERE aan Farao en aan deEgyptenaren gedaan had, om Israels wil; al de moeite, die hun op dien wegontmoet was, en dat hen de HEERE verlost had.

9

Jethro nu verheugde zich over al het goede, hetwelk de HEERE Israel gedaanhad; dat Hij het verlost had uit de hand der Egyptenaren.

10

En Jethro zeide: Gezegend zij de HEERE, Die ulieden verlost heeft uit de handder Egyptenaren, en uit Farao’s hand; Die dit volk van onder de hand derEgyptenaren verlost heeft!

11

Nu weet ik, dat de HEERE groter is dan alle goden; want in de zaak, waarin zijtrotselijk gehandeld hebben, was Hij boven hen.

12

Toen nam Jethro, de schoonvader van Mozes, Gode brandoffer en slachtofferen;en Aaron kwam, en al de oversten van Israel, om brood te eten met denschoonvader van Mozes, voor het aangezicht Gods.

13

Doch het geschiedde des anderen daags, zo zat Mozes om het volk te richten, enhet volk stond voor Mozes, van den morgen tot den avond.

14

Als de schoonvader van Mozes alles zag, wat hij het volk deed, zo zeide hij: Watding is dit, dat gij het volk doet? Waarom zit gij zelf alleen, en al het volk staatvoor u, van den morgen tot den avond?

15

Toen zeide Mozes tot zijn schoonvader: Omdat dit volk tot mij komt, om Godraad te vragen.

16

Wanneer zij een zaak hebben, zo komt het tot mij, dat ik richte tussen den man entussen zijn naaste; en dat ik hun bekend make Gods instellingen en Zijn wetten.

17

Doch de schoonvader van Mozes zeide tot hem: De zaak is niet goed, die gijdoet.

18

Gij zult geheel vervallen, zo gij, als dit volk, hetwelk bij u is; want deze zaak is tezwaar voor u, gij alleen kunt het niet doen.

19

Hoor nu mijn stem, ik zal u raden, en God zal met u zijn; wees gij voor het volkbij God, en breng gij de zaken voor God;

20

En verklaar hun de instellingen en de wetten, en maak hun bekend den weg,waarin zij wandelen zullen, en het werk, dat zij doen zullen.

21

Doch zie gij om, onder al het volk, naar kloeke mannen, God vrezende,waarachtige mannen, de gierigheid hatende; stel ze over hen, oversten derduizenden, oversten der honderden, oversten der vijftigen, oversten der tienen.

22

Dat zij dit volk te allen tijde richten; doch het geschiede, dat zij alle grote zakenaan u brengen, maar dat zij alle kleine zaken richten; verlicht alzo uzelven, en laathen met u dragen.

23

Indien gij deze zaak doet, en God het u gebiedt, zo zult gij kunnen bestaan; zo zalook al dit volk in vrede aan zijn plaats komen.

24

Mozes nu hoorde naar de stem van zijn schoonvader, en hij deed alles, wat hijgezegd had.

25

En Mozes verkoos kloeke mannen, uit gans Israel, en maakte hen tot hoofdenover het volk; oversten der duizenden, oversten der honderden, oversten dervijftigen, en oversten der tienen;

26

Dat zij het volk te allen tijde richtten, de harde zaak tot Mozes brachten, maar zijalle kleine zaak richtten.

27

Toen liet Mozes zijn schoonvader trekken; en hij ging naar zijn land