Home Bijbel dagelijks Oude Testament 12 2 Koningen 2 Koningen 1: Ahazia’s hoogmoed en Elia’s profetie

2 Koningen 1: Ahazia’s hoogmoed en Elia’s profetie

0
918
Elia spreekt soldaten van koning Ahazia toe; vuur uit de hemel toont Gods macht over leven en dood.
Elia en de boodschappers van koning Ahazia – een confrontatie over afgoderij en gehoorzaamheid aan God.

In 2 Koningen 1 wordt beschreven hoe koning Ahazia van Israël, na een ernstig ongeluk, niet naar de God van Israël keert, maar afgoden raadpleegt. De profeet Elia wordt gezonden met een scherp oordeel. Het hoofdstuk toont Gods soevereiniteit, de dwaasheid van afgoderij en de roeping tot gehoorzaamheid.

Ahazia’s ongeluk en zijn verkeerde keuze

Ahazia, de zoon van Achab, regeert over Israël in Samaria. Kort na zijn aantreden valt hij door het traliewerk van zijn bovenvertrek en raakt ernstig gewond. In plaats van de Here te raadplegen, stuurt hij boodschappers naar Baäl-Zebub, de afgod van Ekron, om te vragen of hij zal herstellen.

God grijpt in en stuurt Zijn profeet Elia om de boodschappers te onderscheppen. Elia stelt hun de kernvraag: “Is er geen God in Israël, dat jullie naar Baäl-Zebub gaan om raad te vragen?” Door deze ongehoorzaamheid zal Ahazia volgens Gods woord sterven.

De confrontatie met de boodschappers en soldaten

De boodschappers keren terug met Elia’s boodschap, nog voordat ze Ekron bereiken. Ahazia wil weten wie hen tegenhield, en hun beschrijving van de man — met een harige mantel en een leren gordel — maakt hem duidelijk dat het Elia was.

Vol woede stuurt Ahazia een legerkapitein met vijftig soldaten om Elia te halen. De eerste kapitein spreekt Elia aan alsof hij hem beveelt: “Man Gods, kom naar beneden!” Elia antwoordt: “Als ik een man Gods ben, laat er vuur uit de hemel komen en u en uw vijftig verteren.” Vuur daalt neer en verteert hen.

Een tweede kapitein krijgt dezelfde opdracht en het gebeurt opnieuw. De derde kapitein komt echter met nederigheid, knielt neer en smeekt om het leven van zichzelf en zijn mannen. Een engel van de Heer zegt tegen Elia dat hij met deze kapitein moet meegaan en niet bang hoeft te zijn.

De vervulling van Gods woord

Elia verschijnt bij koning Ahazia en herhaalt het oordeel: omdat hij afgoden raadpleegde in plaats van de God van Israël, zal hij niet meer opstaan van zijn bed. Ahazia sterft precies zoals Elia heeft voorzegd. Omdat hij geen zoon heeft, volgt zijn broer Joram hem op als koning.

Het hoofdstuk sluit af met een duidelijke les: God neemt afgoderij en ongehoorzaamheid uiterst serieus, en Zijn woord wordt altijd vervuld.

Kernboodschap voor vandaag

2 Koningen 1 laat zien dat God soeverein is en dat Hij wil dat Zijn volk Hem zoekt in tijden van nood. Hoogmoed en afgoderij leiden tot ondergang, maar nederigheid en gehoorzaamheid brengen leven.


2 Koningen 1

1 En Moab viel van Israel af, na Achabs dood.

2 En Ahazia viel door een tralie in zijn opperzaal, die te Samaria was, en werd krank. En hij zond boden, en zeide tot hen: Gaat heen, vraagt Baal-Zebub, dengod van Ekron, of ik van deze krankheid genezen zal.

3 Maar de Engel des HEEREN sprak tot Elia, den Thisbiet: Maak u op, ga op, den boden des konings van Samaria tegemoet, en spreek tot hen: Is het, omdat ergeen God in Israel is, dat gijlieden heengaat, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen?

4 Daarom nu zegt de HEERE alzo: Gij zult niet afkomen van dat bed, waarop gij geklommen zijt, maar gij zult den dood sterven. En Elia ging weg.

5 Zo kwamen de boden weder tot hem; en hij zeide tot hen: Wat is dit, dat gij wederkomt?

6 En zij zeiden tot hem: Een man kwam op, ons tegemoet, en zeide tot ons: Gaat heen, keert weder tot den koning die u gezonden heeft, en spreekt tot hem: Zozegt de HEERE: Is het, omdat er geen God in Israel is, dat gij zendt, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen? Daarom zult gij van dat bed, waarop gijgeklommen zijt, niet afkomen, maar gij zult den dood sterven.

7 En hij sprak tot hen: Hoedanig was de gestalte des mans, die u tegemoet opgekomen is, en deze woorden tot u gesproken heeft?

8 En zij zeiden tot hem: Hij was een man met een harig kleed, en met een lederen gordel gegord om zijn lenden. Toen zeide hij: Het is Elia, de Thisbiet.

9 En hij zond tot hem een hoofdman van vijftig met zijn vijftigen. En als hij tot hem opkwam (want ziet, hij zat op de hoogte eens bergs), zo sprak hij tot hem: Gijman Gods! de koning zegt: Kom af.

10 Maar Elia antwoordde en sprak tot den hoofdman van vijftigen: Indien ik dan een man Gods ben, zo dale vuur van den hemel, en vertere u en uw vijftigen. Toendaalde vuur van den hemel, en verteerde hem en zijn vijftigen.

11 En hij zond wederom tot hem een anderen hoofdman van vijftig met zijn vijftigen. Deze antwoordde en sprak tot hem: Gij, man Gods! zo zegt de koning: Komhaastelijk af.

12 En Elia antwoordde en sprak tot hem: Ben ik een man Gods, zo dale vuur van den hemel, en vertere u en uw vijftigen. Toen daalde vuur Gods van den hemel enverteerde hem en zijn vijftigen.

13 En wederom zond hij een hoofdman van de derde vijftigen met zijn vijftigen. Zo ging de derde hoofdman van vijftigen op, en kwam en boog zich op zijn knieen,voor Elia, en smeekte hem, en sprak tot hem: Gij, man Gods, laat toch mijn ziel en de ziel van uw knechten, van deze vijftigen, dierbaar zijn in uw ogen!

14 Zie, het vuur is van den hemel gedaald, en heeft die twee eerste hoofdmannen van vijftigen met hun vijftigen verteerd; maar nu, laat mijn ziel dierbaar zijn in uwogen!

15 Toen sprak de Engel des HEEREN tot Elia: Ga af met hem; vrees niet voor zijn aangezicht. En hij stond op, en ging met hem af tot den koning.

16 En hij sprak tot hem: Zo zegt de HEERE: Daarom, dat gij boden gezonden hebt, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen (is het, omdat er geen God inIsrael is, om Zijn woord te vragen?); daarom, van dat bed, waarop gij geklommen zijt, zult gij niet afkomen, maar gij zult den dood sterven.

17 Alzo stierf hij, naar het woord des HEEREN, dat Elia gesproken had; en Joram werd koning in zijn plaats, in het tweede jaar van Joram, den zoon van Josafat,den koning van Juda; want hij had geen zoon.