Home Bijbel dagelijks Oude Testament 04 Numeri Numeri 8: Inwijding van de Levieten en lampen

Numeri 8: Inwijding van de Levieten en lampen

0
1154
Inwijding van de Levieten met reiniging, handoplegging en verlichting van de kandelaar in de tabernakel (Numeri 8).
De Levieten worden ingewijd voor hun dienst in de tabernakel; Aäron ontsteekt de lampen zoals door God geboden.

Numeri 8 vormt een overgang van de kampordening naar de praktische inrichting van de eredienst. In dit hoofdstuk krijgt de dienst van de Levieten concreet vorm. Hun wijding staat centraal, samen met instructies voor het onderhoud van de kandelaar en de leeftijdsgrenzen voor dienst aan de tabernakel.

De lampen tegenover de kandelaar

De rol van de kandelaar in de eredienst

Aan het begin van Numeri 8 ontvangt Mozes van God de opdracht om Aäron de zeven lampen van de gouden kandelaar aan te steken. Deze moesten zodanig worden geplaatst dat ze naar voren schenen, wat waarschijnlijk betekent dat ze gericht moesten zijn op het midden van het heiligdom, waar de tafel met toonbroden stond (Numeri 8:1–4). Deze voorschriften sluiten aan bij Exodus 25:31–40, waar het ontwerp van de kandelaar al werd uitgelegd.

De nadruk ligt hier niet op symboliek, maar op rituele orde. Alles in de tabernakel moest functioneren volgens een vastgesteld goddelijk patroon. Door de nadruk op herhaling (zoals de beschrijving van de vervaardiging van de kandelaar), wordt bevestigd dat Mozes de richtlijnen nauwkeurig opvolgde.

Wijding van de Levieten

Een publieke ceremonie van toewijding

Vanaf vers 5 geeft de HEERE instructies over de toewijding van de Levieten. Deze afzonderlijke stam moest ritueel gereinigd worden vóór hun dienst in de tabernakel. De reinigingsceremonie bestond uit:

  • Sprinkeling van reinigingswater
  • Het afscheren van het hele lichaam
  • Wassen van de kleding

Daarna legden de Israëlieten hun handen op de Levieten, en Aäron bracht hen als een ‘hefoffer’ voor het aangezicht van de HEERE. Dit beeld van het ‘hefoffer’ duidt op een volledige toewijding aan God. De Levieten vervingen de eerstgeborenen van Israël, die oorspronkelijk aan de HEERE toebehoorden (vgl. Numeri 3:11–13).

Levensloop en diensttijd van de Levieten

Duidelijke grenzen voor priesterdienst

De laatste verzen van Numeri 8 (23–26) leggen een grens aan de diensttijd van de Levieten. Ze mochten tussen hun 25e en 50e levensjaar actieve dienst verrichten. Daarna mochten zij nog wel assisteren, maar niet meer in de kernfuncties van het dienstwerk. Deze regeling benadrukt zowel de geestelijke als de fysieke eisen die het werk in de tabernakel stelde.


Numeri 8

1 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

 

2 Spreek tot Aaron, en zeg tot hem: Als gij de lampen aansteken zult, recht tegenover den kandelaar zullen de zeven lampen lichten.

 

3 En Aaron deed alzo: tegenover vooraan den kandelaar stak hij deszelfs lampen aan;

 

4 Dit werk nu des kandelaars was van dicht goud, tot zijn schacht, tot zijn bloemen was het dicht; naar de gedaante, die de HEERE Mozes vertoond had, alzo had hijden kandelaar gemaakt.

 

5 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

 

6 Neem de Levieten uit het midden van de kinderen Israels, en reinig hen.

 

7 En aldus zult gij hun doen, om hen te reinigen: spreng op hen water der ontzondiging; en zij zullen het scheermes over hun ganse vlees doen gaan, en zij zullen hunklederen wassen, en zich reinigen.

 

8 Daarna zullen zij nemen een var, een jong rund, met zijn spijsoffer van meelbloem, met olie gemengd; en een anderen var, een jong rund, zult gij nemen tenzondoffer.

 

9 En gij zult de Levieten voor de tent der samenkomst doen naderen; en gij zult de gehele vergadering der kinderen Israels doen verzamelen.

 

10 Ja, gij zult de Levieten voor het aangezicht des HEEREN doen naderen; en de kinderen Israels zullen hun handen op de Levieten leggen.

 

11 En Aaron zal de Levieten bewegen ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN, vanwege de kinderen Israels; opdat zij zijn, om den dienst des HEEREN tebedienen.

 

12 En de Levieten zullen hun handen op het hoofd der varren leggen; daarna bereidt gij een ten zondoffer, en een ten brandoffer den HEERE, om over de Levietenverzoening te doen.

 

13 En gij zult de Levieten stellen voor het aangezicht van Aaron, en voor het aangezicht van zijn zonen, en gij zult hen bewegen ten beweegoffer den HEERE.

 

14 En gij zult de Levieten uit het midden van de kinderen Israels uitscheiden, opdat de Levieten Mijn zijn.

 

15 En daarna zullen de Levieten inkomen, om de tent der samenkomst te bedienen; en gij zult hen reinigen, en zult hen ten beweegoffer bewegen.

 

16 Want zij zijn gegeven, zij zijn Mij gegeven uit het midden van de kinderen Israels; voor de opening van alle baarmoeder, voor de eerstgeborenen van een ieder uit dekinderen Israels, heb Ik ze Mij genomen.

 

17 Want alle eerstgeborene onder de kinderen Israels is Mijn, onder de mensen en onder de beesten; ten dage dat Ik alle eerstgeboorte in Egypteland sloeg, heb Ikdezelve Mij geheiligd.

 

18 En Ik heb de Levieten genomen voor alle eerstgeborenen onder de kinderen Israels.

 

19 En Ik heb de Levieten aan Aaron en aan zijn zonen tot een gift gegeven, uit het midden van de kinderen Israels, om den dienst van de kinderen Israels in de tent dersamenkomst te bedienen, en om voor de kinderen Israels verzoening te doen, dat er geen plage zij onder de kinderen Israels, als de kinderen Israels tot het heiligdomnaderen zouden.

 

20 En Mozes deed, en Aaron, en de ganse vergadering der kinderen Israels, aan de Levieten, naar alles, wat de HEERE Mozes geboden had van de Levieten, zodeden de kinderen Israels aan hen.

 

21 En de Levieten ontzondigden zich, en wiesen hun klederen, en Aaron bewoog hen ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN; en Aaron deed verzoeningover hen, om hen te reinigen.

 

22 En daarna kwamen de Levieten, om hun dienst te bedienen in de tent der samenkomst, voor het aangezicht van Aaron, en voor het aangezicht zijner zonen; gelijk alsde HEERE Mozes van de Levieten geboden had, alzo deden zij aan hen.

 

23 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

 

24 Dit is het, wat de Levieten aangaat: van vijf en twintig jaren oud en daarboven, zullen zij inkomen, om den strijd te strijden, in den dienst van de tent dersamenkomst.

 

25 Maar van dat hij vijftig jaren oud is, zal hij van den strijd van dezen dienst afgaan, en hij zal niet meer dienen.

 

26 Doch hij zal met zijn broederen dienen in de tent der samenkomst, om de wacht waar te nemen; maar den dienst zal hij niet bedienen. Alzo zult gij aan de Levietendoen in hun wachten.