Home Bijbel dagelijks Oude Testament 04 Numeri Numeri 6: Nazireeërgelofte en zegen

Numeri 6: Nazireeërgelofte en zegen

0
1027
Een kleurrijk muurschilderij in streetartstijl toont een priester, een vrouw en een Nazireeër in Bijbelse zegening.
Een hedendaagse interpretatie van Numeri 6, waarin de gelofte van de Nazireeër en de priesterlijke zegen samenkomen op één wand in levendige kleuren.

Numeri 6 begint met een speciale vorm van toewijding aan God: de Nazireeërgelofte. Zowel mannen als vrouwen konden vrijwillig deze gelofte afleggen om zich tijdelijk, of soms levenslang, op bijzondere wijze aan de HEERE toe te wijden (Numeri 6:1-2).

Regels tijdens de gelofte

De Nazireeër moest zich aan drie hoofdregels houden:

  • Geen wijn of andere sterke drank drinken – zelfs niets van de druif.
  • Het haar ongemoeid laten – geen schaar mocht aan zijn of haar hoofd komen.
  • Geen contact met doden – ook niet met naaste familie, zelfs niet bij overlijden (Numeri 6:3-8).

Deze bepalingen symboliseren afzondering, reinheid en gehoorzaamheid. Het haar diende als zichtbaar teken van de heilige toewijding.

Schending en afronding van de gelofte

Wat als het per ongeluk misgaat?

Als iemand per ongeluk in contact komt met een dode tijdens zijn gelofte, moest hij:

  • Zijn hoofd scheren op de zevende dag,
  • Op de achtste dag twee tortelduiven of jonge duiven offeren,
  • En de gelofte opnieuw beginnen (Numeri 6:9-12).

De afronding van de Nazireeërperiode

Wanneer de vastgestelde periode ten einde kwam, bracht de Nazireeër een reeks offers bij de ingang van de tabernakel:

  • Eén lam tot brandoffer,
  • Eén ooi tot zondoffer,
  • Een ram tot dankoffer,
  • Een mand met ongezuurd brood.
    Daarna werd het hoofdhaar afgeschoren en op het vuur gelegd onder het dankoffer (Numeri 6:13-18).

De priesterlijke zegen

Zegen als afsluiting

Numeri 6 sluit af met een van de meest bekende en geliefde Bijbelteksten: de priesterlijke zegen. De HEERE geeft aan Mozes dat Aaron en zijn zonen deze zegen over het volk Israël moeten uitspreken:

“De HEERE zegene u en behoede u;
de HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig;
de HEERE verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede.”
(Numeri 6:24-26)

Deze zegen is niet slechts een wens, maar een opdracht van God. Het is een bevestiging van Zijn nabijheid, bescherming, genade en vrede. Deze woorden worden nog steeds wereldwijd uitgesproken in kerken.

Conclusie

Numeri 6 onderstreept dat toewijding aan God zowel vrijwillig als intens is.

  • De Nazireeërgelofte is een uniek teken van persoonlijke heiliging.
  • De priesterlijke zegen is een blijvend teken van Gods trouw aan Zijn volk.

Het hoofdstuk verbindt persoonlijke toewijding met gemeentelijke zegen, en laat zien dat God nabij is voor ieder die zich aan Hem toewijdt.


Numeri 6

1 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
2 Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer een man of een vrouw zich afgescheiden zal hebben, belovende de gelofte eens Nazireers, om zich denHEERE af te zonderen;
3 Van wijn en sterken drank zal hij zich afzonderen; wijnedik, en edik van sterken drank zal hij niet drinken, noch enige vochtigheid van druiven zal hij drinken, nochverse of gedroogde druiven eten.
4 Al de dagen van zijn Nazireerschap zal hij niet eten van iets, dat van den wijnstok des wijns gemaakt is, van de kernen af tot de basten toe.
5 Al de dagen der gelofte van zijn Nazireerschap zal het scheermes over zijn hoofd niet gaan; totdat die dagen vervuld zullen zijn, die hij zich den HEERE zalafgezonderd hebben, zal hij heilig zijn, latende de lokken van het haar zijns hoofds wassen.
6 Al de dagen, die hij zich de HEERE zal afgezonderd hebben, zal hij tot het lichaam eens doden niet gaan.
7 Om zijn vader of om zijn moeder, om zijn broeder of om zijn zuster, om hen zal hij zich niet verontreinigen, als zij dood zijn; want het Nazireerschap zijns Gods is opzijn hoofd.
8 Al de dagen van zijn Nazireerschap is hij den HEERE heilig.
9 En zo de gestorvene bij hem onvoorziens haastelijk gestorven ware, dat hij het hoofd van zijn Nazireerschap zou verontreinigd hebben, zo zal hij op den dag zijnerreiniging zijn hoofd bescheren; op den zevenden dag zal hij het bescheren.
10 En op den achtsten dag zal hij twee tortelduiven, of twee jonge duiven brengen tot den priester, tot de deur van de tent der samenkomst.
11 De priester nu zal een bereiden ten zondoffer, en een ten brandoffer, en zal voor hem verzoening doen, van dat hij aan het dode lichaam gezondigd heeft; alzo zal hijzijn hoofd op dienzelfden dag heiligen.
12 Daarna zal hij de dagen van zijn Nazireerschap den HEERE afzonderen, en zal een lam, dat eenjarig is, brengen ten schuldoffer; en de vorige dagen zullen vallen,omdat zijn Nazireerschap verontreinigd was.
13 En dit is de wet des Nazireers: op den dag, als de dagen van zijn Nazireerschap zullen vervuld zijn, zal hij dit brengen tot de deur van de tent der samenkomst.
14 Hij dan zal tot zijn offerande den HEERE offeren een volkomen eenjarig lam ten brandoffer, en een volkomen eenjarig ooilam ten zondoffer, en een volkomen ramten dankoffer.
15 En een korf ongezuurde koeken, koeken van meelbloem, met olie gemengd, en ongezuurde vladen, met olie bestreken, mitsgaders hun spijsoffer, en hundrankofferen;
16 En de priester zal het voor het aangezicht des HEEREN brengen, en zal zijn zondoffer en zijn brandoffer bereiden.
17 Hij zal ook den ram ten dankoffer den HEERE bereiden, met den korf der ongezuurde koeken; en de priester zal zijn spijsoffer en zijn drankoffer bereiden.
18 Alsdan zal de Nazireer, aan de deur van de tent der samenkomst, het hoofd van zijn Nazireerschap bescheren; en hij zal het hoofdhaar van zijn Nazireerschapnemen, en hij zal het leggen op het vuur, dat onder het dankoffer is.
19 Daarna zal de priester een gezoden schouder nemen van den ram, en een ongezuurden koek uit den korf, en een ongezuurde vlade; en hij zal ze op de handen desNazireers leggen, nadat hij zijn Nazireerschap afgeschoren heeft.
20 En de priester zal die bewegen ten beweegoffer, voor het aan gezicht des HEEREN; het is een heilig ding voor den priester, met de borst des beweegoffers, en metden schouder des hefoffers; en daarna zal die Nazireer wijn drinken.

 

21 Dit is de wet des Nazireers, die zijn offerande den HEERE voor zijn Nazireerschap zal beloofd hebben, behalve wat zijn hand bekomen zal; naar zijn gelofte, welkehij beloofd zal hebben, alzo zal hij doen, naar de wet van zijn Nazireerschap.
22 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
23 Spreek tot Aaron en zijn zonen, zeggende: Alzo zult gijlieden de kinderen Israels zegenen, zeggende tot hen:
24 De HEERE zegene u, en behoede u!
25 De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig!
26 De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u, en geve u vrede!
27 Alzo zullen zij Mijn Naam op de kinderen Israels leggen; en Ik zal hen zegenen.