Home Bijbel dagelijks Oude Testament 34 Nahum Nahum 1: Gods oordeel over Ninevé

Nahum 1: Gods oordeel over Ninevé

0
1345
Streetart-romantische Bijbelse voorstelling van Gods oordeel over Ninevé uit Nahum 1.
Creatieve streetart-romantische weergave van de profetie van Nahum over Ninevé.

Nahum 1 opent met een profetie tegen Ninevé, de hoofdstad van Assyrië. Het hoofdstuk schetst een krachtig beeld van Gods karakter: jaloers, wrekend en machtig, maar ook een veilige toevlucht voor wie Hem vertrouwen. Het Bijbelboek Nahum laat zien dat Gods geduld groot is, maar dat Zijn oordeel onvermijdelijk is wanneer volken zich verharden in geweld, leugen en onderdrukking. Voor Juda is dit een boodschap van troost: het juk van de vijand zal gebroken worden, en God zal Zijn volk herstellen.

Gods karakter en besluit tot oordeel

Nahum begint met de beschrijving van de HEERE als een rechtvaardige Rechter. Hij verdraagt het kwaad niet en zal de schuldigen niet onschuldig houden. Zijn macht wordt zichtbaar in de natuur: bergen beven, zeeën drogen op, wolken zijn het stof van Zijn voeten.

De HEERE richt Zich tegen Ninevé omdat de stad zich verzette tegen Hem en Zijn volk. Hij kondigt aan dat de vijand zal verdwijnen en nooit meer herleven. Juda mag feesten vieren en geloften vervullen, want de onderdrukker zal niet meer komen.

De toon van Nahum 1 is tegelijk dreigend voor Ninevé en bemoedigend voor Juda: God is zowel een toevlucht als een rechtvaardige rechter.

De belegering en val van Ninevé

Nahum schildert in levendige beelden hoe Ninevé wordt aangevallen: soldaten in rode wapenrusting, strijdwagens die razen, muren die instorten. De rivierpoorten worden geopend, een teken dat God Zelf het oordeel uitvoert.

De stad, eens een ‘leeuwennest’ vol buit en prooi, wordt leeggeplunderd. De leeuw — symbool voor kracht en wreedheid — wordt machteloos. Zelfs de rijkdommen die eeuwenlang verzameld zijn, verdwijnen in één dag.

God keert Zich persoonlijk tegen Ninevé, de stad die volken terroriseerde. Geen machtig rijk is bestand tegen Zijn oordeel.

Reden en onontkoombaarheid van het oordeel

Ninevé wordt aangeklaagd als een “bloedstad”, vol leugen en roof. De stad wordt vergeleken met een hoer die volken verleidde met afgoderij en bedrog. God zal haar schande tonen en haar bestraffen voor alle volken.

Nahum herinnert aan Thebe (No-Ammon), een sterke stad die ondanks bondgenoten en muren toch verwoest werd. Dit voorbeeld onderstreept dat geen enkele vesting het oordeel kan tegenhouden.

De leiders van Ninevé worden vergeleken met dronkaards en slapende herders; het volk is machteloos. De wond is ongeneeslijk, en iedereen die het nieuws hoort, zal juichen. Haar wreedheid is ten einde.

Kernboodschap en betekenis

Het boek Nahum, beginnend met Nahum 1, benadrukt dat God zowel rechtvaardig als trouw is. Hij straft hoogmoed en wreedheid, maar beschermt Zijn volk. Voor Juda is dit een belofte van hoop en herstel. Voor ieder volk dat leeft in geweld en arrogantie is het een waarschuwing: Gods geduld heeft grenzen, en Zijn oordeel is zeker.

De profetie sluit af met de zekerheid dat God de geschiedenis bestuurt en dat Zijn volk niet vergeten wordt.


Nahum 1

1 De last van Nineve. Het boek des gezichts van Nahum, den Elkosiet.

2 Een ijverig God en een wreker is de HEERE, een wreker is de HEERE, en zeer grimmig; een wreker is de HEERE aan Zijn wederpartijders, en Hij behoudt den toorn Zijn vijanden.

3 De HEERE is lankmoedig, doch van grote kracht, en Hij houdt den schuldige geenszins onschuldig. Des HEEREN weg is in wervelwind, en in storm, en de wolken zijn het stof Zijner voeten.

4 Hij scheldt de zee, en maakt ze droog, en Hij verdroogt alle rivieren; Basan en Karmel kwelen, ook kweelt de bloem van Libanon.

5 De bergen beven voor Hem, en de heuvelen versmelten; en de aarde licht zich op voor Zijn aangezicht, en de wereld, en allen, die daarin wonen.

6 Wie zal voor Zijn gramschap staan, en wie zal voor de hittigheid Zijns toorns bestaan? Zijn grimmigheid is uitgestort als vuur, en de rotsstenen worden van Hem vermorzeld.

7 De HEERE is goed, Hij is ter sterkte in den dag der benauwdheid, en Hij kent hen, die op Hem betrouwen.

8 En met een doorgaanden vloed zal Hij haar plaats te niet maken; en duisternis zal Zijn vijanden vervolgen.

9 Wat denkt gijlieden tegen den HEERE? Hij zal zelf een voleinding maken; de benauwdheid zal niet tweemaal op rijzen.

10 Dewijl zij in elkander gevlochten zijn als doornen, en dronken zijn, gelijk zij plegen dronken te zijn, zo worden zij volkomen verteerd, als een dorre stoppel.

11 Van u is een uitgegaan, die kwaad denkt tegen den HEERE, een Belialsraadsman.

12 Alzo zegt de HEERE: Zijn zij voorspoedig, en alzo velen, alzo zullen zij ook geschoren worden, en hij zal doorgaan; Ik heb u wel gedrukt, maar Ik zal u niet meer drukken.

13 Maar nu zal Ik zijn juk van u breken, en zal uw banden verscheuren.

14 Doch tegen u heeft de HEERE bevolen, dat er van uw naam niemand meer gezaaid zal worden; uit het huis uws gods zal Ik uitroeien de gesneden en gegoten beelden; Ik zal u daar een graf maken, als gij zult veracht zijn geworden.

15 Ziet op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die vrede doet horen; vier uw vierdagen, o Juda! betaal uw geloften; want de Belialsman zal voortaan niet meer door u doorgaan, hij is gans uitgeroeid.