Home Bijbel dagelijks Oude Testament 05 Deuteronomium Deuteronomium 18: Richtlijnen, Profeten en Waarschuwingen

Deuteronomium 18: Richtlijnen, Profeten en Waarschuwingen

0
994
Streetart-romantiek beeld van Mozes die Gods woorden spreekt tot Israël, met Levieten en volk in aandachtige houding.
Streetart-stijl weergave van Deuteronomium 18: Mozes onderwijst Israël over zuivere eredienst en de belofte van een Profeet.

Deuteronomium 18 is een hoofdstuk in het Oude Testament waarin God via Mozes duidelijke richtlijnen geeft aan Israël over de rechten en verantwoordelijkheden van de Levieten, het vermijden van heidense praktijken en de belofte van een komende Profeet. Dit hoofdstuk benadrukt zuivere eredienst, afhankelijkheid van God en het afwijzen van occulte invloeden.

De Levieten en hun Erfdeel (verzen 1-8)

Geen eigen land, maar de HEERE als erfdeel

  • De Levieten, die de priesterdienst vervullen, ontvangen geen stuk land zoals de andere stammen.
  • Hun levensonderhoud komt uit de vuuroffers en offers die aan de HEERE gebracht worden.
  • De HEERE Zelf is hun Erfdeel – een geestelijke erfenis, belangrijker dan materiële grond.

Voedsel en onderhoud

  • Priesters hebben recht op delen van offers: schouder, kinnebakken en pens.
  • Ook ontvangen zij de eerstelingen van graan, wijn, olie en wol van geschoren schapen.
  • Dit is omdat God hen uitverkoren heeft om Hem te dienen, samen met hun zonen, voor altijd.

Gelijkheid onder de Levieten

  • Een Leviet die uit een andere stad naar de centrale heilige plaats komt, mag gelijk delen in de opbrengsten, net als de Levieten die daar al dienen.

Waarschuwing tegen Heidense en Occulte Praktijken (verzen 9-14)

Verboden praktijken

Wanneer Israël het Beloofde Land binnengaat, mogen zij de gruwelen van de volken daar niet overnemen. Verboden zijn:

  • Kinderoffers (door het vuur laten gaan).
  • Waarzeggerij, toverij, bezwering.
  • Astrologie en voortekens lezen.
  • Spiritisme (raadplegen van geesten of doden).

Gods oordeel

  • Zulke praktijken zijn een gruwel voor de HEERE.
  • Om deze redenen verdrijft God de volken voor Israël.
  • Israël moet oprecht wandelen met God en geen occulte raad zoeken.

De Belofte van een Profeet (verzen 15-19)

Een Profeet zoals Mozes

  • God belooft een Profeet te verwekken uit het volk zelf, zoals Mozes.
  • Het volk moet naar Hem luisteren.
  • Deze belofte verwijst zowel naar de opeenvolging van profeten in Israël als naar de Messiaanse verwachting (door christenen toegepast op Jezus Christus).

Goddelijke woorden

  • De Profeet zal spreken wat God in Zijn mond legt.
  • Wie niet naar de woorden van deze Profeet luistert, zal verantwoording moeten afleggen aan God.

Onderscheiding van Ware en Valse Profeten (verzen 20-22)

Kenmerken van een valse profeet

  • Spreekt in Gods Naam wat God niet geboden heeft.
  • Spreekt in de naam van andere goden.
  • Zulke profeten moeten sterven (onder de wet van Israël).

Toetsing van profetie

  • Als een uitspraak in de Naam van de HEERE niet uitkomt, is het geen woord van God.
  • Het volk hoeft daar geen angst voor te hebben.

Kernboodschap van Deuteronomium 18

  1. Leef toegewijd aan God, zonder terug te vallen op occulte of heidense invloeden.
  2. Eer en onderhoud de dienaren van God.
  3. Luister naar Gods gezonden boodschappers, maar toets hun woorden zorgvuldig.
  4. Verwacht de volmaakte Profeet die volledig namens God spreekt.

Theologische en Praktische Toepassing

  • Voor Israël toen: Richtlijnen voor eredienst, bescherming tegen geestelijke misleiding en voorbereiding op toekomstige openbaring.
  • Voor christenen nu: Een oproep tot geestelijke zuiverheid, steun aan geestelijk leiderschap, en het volgen van Jezus als de volmaakte Profeet.
  • Voor vandaag: Weersta spirituele misleiding en zoek leiding bij God door Zijn Woord en Geest.

Deuteronomium 18

1 De Levietische priesteren, de ganse stam van Levi, zullen geen deel noch erve hebben met Israel; de vuuroffers des HEEREN en zijn erfdeel zullen zij eten.
2 Daarom zal hij geen erfdeel hebben in het midden zijner broederen; de HEERE is zijn Erfdeel, gelijk als Hij tot hem gesproken heeft.
3 Dit nu zal het recht der priesters zijn van het volk, van hen, die een offerande offeren, hetzij een os, of klein vee: dat hij den priester zal geven den schouder, enbeide kinnebakken, en de pens.
4 De eerstelingen van uw koren, van uw most en van uw olie, en de eerstelingen van de beschering uwer schapen zult gij hem geven;
5 Want de HEERE, uw God, heeft hem uit al uw stammen verkoren, dat hij sta, om te dienen in den Naam des HEEREN, hij en zijn zonen, te allen dage.
6 Voorts wanneer een Leviet zal komen uit een uwer poorten, uit gans Israel, alwaar hij woont, en hij komt naar alle begeerte zijner ziel, tot de plaats, die de HEEREzal hebben verkoren;
7 En hij dienen zal in den Naam des HEEREN, zijns Gods, als al zijn broederen, de Levieten, die aldaar voor het aangezicht des HEEREN staan;
8 Zo zullen zij een gelijk deel eten, boven zijn verkoping bij de vaderen.
9 Wanneer gij komt in het land, dat de HEERE, uw God, u geven zal, zo zult gij niet leren te doen naar de gruwelen van dezelve volken.
10 Onder u zal niet gevonden worden, die zijn zoon of zijn dochter door het vuur doet doorgaan, die met waarzeggerijen omgaat, een guichelaar, of die op vogelgeschreiacht geeft, of tovenaar.
11 Of een bezweerder, die met bezwering omgaat, of die een waarzeggenden geest vraagt, of een duivelskunstenaar, of die de doden vraagt.
12 Want al wie zulks doet, is den HEERE een gruwel; en om dezer gruwelen wil verdrijft hen de HEERE, uw God, voor uw aangezicht uit de bezitting.
13 Oprecht zult gij zijn met den HEERE, uw God.
14 Want deze volken, die gij zult erven, horen naar guichelaars en waarzeggers; maar u aangaande, de HEERE, uw God, heeft u zulks niet toegelaten.
15 Een Profeet, uit het midden van u, uit uw broederen, als mij, zal u de HEERE, uw God, verwekken; naar Hem zult gij horen;
16 Naar alles, wat gij van den HEERE, uw God, aan Horeb, ten dage der verzameling, geeist hebt, zeggende: Ik zal niet voortvaren te horen de stem des HEEREN,mijns Gods, en ditzelve grote vuur zal ik niet meer zien, dat ik niet sterve.
17 Toen zeide de HEERE tot mij: Het is goed, wat zij gesproken hebben.
18 Een Profeet zal Ik hun verwekken uit het midden hunner broederen, als u; en Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en Hij zal tot hen spreken alles, wat Ik Hemgebieden zal.
19 En het zal geschieden, de man, die niet zal horen naar Mijn woorden, die Hij in Mijn Naam zal spreken, van dien zal Ik het zoeken.
20 Maar de profeet, die hoogmoediglijk zal handelen, sprekende een woord in Mijn Naam, hetwelk Ik hem niet geboden heb te spreken, of die spreken zal in den naamvan andere goden, dezelve profeet zal sterven.
21 Zo gij dan in uw hart zoudt mogen zeggen: Hoe zullen wij het woord kennen, dat de HEERE niet gesproken heeft?
22 Wanneer die profeet in den Naam des HEEREN zal hebben gesproken, en dat woord geschiedt niet, en komt niet; dat is het woord, dat de HEERE niet gesprokenheeft; door trotsheid heeft die profeet dat gesproken; gij zult voor hem niet vrezen.