
Mattheüs 3 introduceert Johannes de Doper, een belangrijke figuur in het Nieuwe Testament, die optreedt als de voorloper van Jezus Christus. In dit hoofdstuk wordt de nadruk gelegd op zijn prediking, zijn oproep tot bekering, en uiteindelijk de doop van Jezus.
Johannes verschijnt in de woestijn van Judea en roept de mensen op zich te bekeren, omdat het Koninkrijk der hemelen nabij is. Deze boodschap is scherp en urgent. Hij wordt beschreven als iemand die leeft als een profeet: gekleed in kameelhaar, met een leren gordel en levend van sprinkhanen en wilde honing. Johannes vervult de profetie van Jesaja: “De stem des roependen in de woestijn: Bereidt de weg des Heeren, maakt Zijn paden recht.”
De mensen uit Jeruzalem, Judea en de omgeving van de Jordaan komen naar Johannes toe. Zij belijden hun zonden en worden door hem in de Jordaan gedoopt. Wanneer Johannes ziet dat ook Farizeeën en Sadduceeën tot hem komen, waarschuwt hij hen ernstig. Hij noemt hen een “adderengebroed” en benadrukt dat bekering zichtbaar moet zijn in daden. Slechts afkomst of uiterlijk vertoon is niet genoeg voor Gods goedkeuring.
Johannes spreekt ook over de komende Messias. Hij zegt dat hij zelf slechts doopt met water tot bekering, maar dat na hem iemand zal komen die machtiger is dan hij, en die met de Heilige Geest en met vuur zal dopen. Deze Messias zal komen met een wan in Zijn hand om zijn dorsvloer grondig te reinigen: het graan zal worden verzameld, maar het kaf zal met onuitblusbaar vuur verbrand worden. Dit beeld benadrukt het oordeel dat komt met de komst van Christus.
Het hoofdstuk culmineert in de doop van Jezus. Jezus komt uit Galilea naar Johannes om gedoopt te worden. Johannes probeert dit eerst te verhinderen, omdat hij vindt dat hijzelf door Jezus gedoopt zou moeten worden. Maar Jezus antwoordt dat dit moet gebeuren om alle gerechtigheid te vervullen. Johannes stemt toe, en wanneer Jezus gedoopt is, opent de hemel zich, de Geest van God daalt als een duif neer, en een stem uit de hemel zegt: “Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb.”
Samengevat toont Mattheüs 3 Johannes’ profetische bediening en de voorbereiding op het publieke optreden van Jezus. Het hoofdstuk markeert een overgang van voorbereiding naar vervulling, van verwachting naar openbaring.
Mattheüs 3
1 En in die dagen kwam Johannes de Doper, predikende in de woestijn van Judea,
2 En zeggende: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.
3 Want deze is het, van denwelken gesproken is door Jesaja, den profeet, zeggende: De stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des Heeren, maaktZijn paden recht!
4 En dezelve Johannes had zijn kleding van kemelshaar, en een lederen gordel om zijn lenden; en zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honig.
5 Toen is tot hem uitgegaan Jeruzalem en geheel Judea, en het gehele land rondom de Jordaan;
6 En werden van hem gedoopt in de Jordaan, belijdende hun zonden.
7 Hij dan, ziende velen van de Farizeen en Sadduceen tot zijn doop komen, sprak tot hen: Gij adderengebroedsels! wie heeft u aangewezen te vlieden van dentoekomenden toorn?
8 Brengt dan vruchten voort, der bekering waardig.
9 En meent niet bij uzelven te zeggen: Wij hebben Abraham tot een vader; want ik zeg u, dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken.
10 En ook is alrede de bijl aan den wortel der bomen gelegd; alle boom dan, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.
11 Ik doop u wel met water tot bekering; maar Die na mij komt, is sterker dan ik, Wiens schoenen ik niet waardig ben Hem na te dragen; Die zal u met denHeiligen Geest en met vuur dopen.
12 Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren, en Zijn tarwe in Zijn schuur samenbrengen, en zal het kaf met onuitblusselijk vuur verbranden.
13 Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan, tot Johannes, om van hem gedoopt te worden.
14 Doch Johannes weigerde Hem zeer, zeggende: Mij is nodig van U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij?
15 Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Laat nu af; want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij van Hem af.
16 En Jezus, gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het water; en ziet, de hemelen werden Hem geopend, en hij zag den Geest Gods nederdalen, gelijk eenduive, en op Hem komen.
17 En ziet, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!








