
Markus 16 beschrijft de opstanding van Jezus uit de dood – het hoogtepunt van het evangelie. Zijn graf is leeg, Hij leeft, en Hij zendt zijn volgelingen de wereld in om het goede nieuws te verkondigen. Het hoofdstuk eindigt met zijn hemelvaart en de opdracht tot wereldwijde evangelieverkondiging.
De vrouwen vinden het lege graf (vers 1-8)
Na de sabbat gaan Maria Magdalena, Maria de moeder van Jakobus, en Salome naar het graf van Jezus om Hem te zalven. Onderweg vragen zij zich af wie de steen voor het graf zal wegrollen.
Maar als ze aankomen, zien ze dat de steen al is weggerold. In het graf treffen ze een jongeman in een wit gewaad (een engel), die zegt:
“Jezus, die gekruisigd is, is opgestaan; Hij is hier niet!”
Hij draagt hen op om dit nieuws aan de discipelen en aan Petrus te vertellen, en dat Jezus hen voorgaat naar Galilea. De vrouwen vluchten uit angst en verwarring, en spreken eerst niemand aan.
Jezus verschijnt na zijn opstanding (vers 9-14)
Jezus verschijnt het eerst aan Maria Magdalena. Zij brengt het nieuws aan de treurende discipelen, maar zij geloven haar niet.
Daarna verschijnt Hij in een andere gedaante aan twee volgelingen op weg naar het land (vergelijkbaar met de Emmaüsgangers in Lukas 24). Ook zij worden niet geloofd.
Ten slotte verschijnt Jezus aan de elf discipelen terwijl zij aan tafel zitten. Hij verwijt hen hun ongeloof en hardheid van hart omdat zij de getuigen van zijn opstanding niet hebben geloofd.
De zendingsopdracht van Jezus (vers 15-18)
Jezus geeft zijn discipelen de grote opdracht:
“Gaat heen in de gehele wereld, predikt het evangelie aan alle creaturen.”
Hij voegt eraan toe dat wie gelooft en gedoopt wordt, zal zalig worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden.
Jezus belooft dat er tekenen de gelovigen zullen volgen: zij zullen demonen uitdrijven, in nieuwe talen spreken, slangen opnemen, en zieken genezen. Deze tekenen zullen het evangelie bevestigen, niet vervangen.
Jezus’ hemelvaart en bediening van de discipelen (vers 19-20)
Na deze woorden wordt Jezus opgenomen in de hemel en zet Hij zich aan de rechterhand van God. De discipelen gaan vervolgens uit en prediken overal. De Heere werkt met hen mee en bevestigt hun woorden door de tekenen die ermee gepaard gaan.
Het evangelie eindigt met een bemoedigende blik: de opgestane Jezus is niet alleen overwinnaar over de dood, maar ook Koning die regeert – en Hij werkt nog steeds door zijn volgelingen heen.
Conclusie
Markus 16 vormt de glorieuze afronding van het evangelie. De dood is overwonnen, Jezus leeft, en de opdracht is duidelijk: ga de wereld in met het evangelie. God werkt mee met hen die Hem geloven en gehoorzamen.
Markus 16
1 En als de sabbat voorbijgegaan was, hadden Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus, en Salome specerijen gekocht, opdat zij kwamen en Hemzalfden.
2 En zeer vroeg op den eersten dag der week, kwamen zij tot het graf, als de zon opging;
3 En zeiden tot elkander: Wie zal ons den steen van de deur des grafs afwentelen?
4 (En opziende zagen zij, dat de steen afgewenteld was) want hij was zeer groot.
5 En in het graf ingegaan zijnde, zagen zij een jongeling, zittende ter rechter zijde, bekleed met een wit lang kleed, en werden verbaasd.
6 Maar hij zeide tot haar: Zijt niet verbaasd; gij zoekt Jezus den Nazarener, Die gekruist was; Hij is opgestaan; Hij is hier niet; ziet de plaats, waar zij Hem gelegdhadden.
7 Doch gaat heen, zegt Zijnen discipelen, en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea; aldaar zult gij Hem zien, gelijk Hij ulieden gezegd heeft.
8 En zij, haastelijk uitgegaan zijnde, vloden van het graf, en beving en ontzetting had haar bevangen; en zij zeiden niemand iets; want zij waren bevreesd.
9 En als Jezus opgestaan was, des morgens vroeg, op den eersten dag der week, verscheen Hij eerst aan Maria Magdalena, uit welke Hij zeven duivelenuitgeworpen had.
10 Deze, heengaande, boodschapte het dengenen, die met Hem geweest waren, welke treurden en weenden.
11 En als dezen hoorden, dat Hij leefde, en van haar gezien was, geloofden zij het niet.
12 En na dezen is Hij geopenbaard in een andere gedaante, aan twee van hen, daar zij wandelden, en in het veld gingen.
13 Dezen, ook heengaande, boodschapten het aan de anderen; maar zij geloofden ook die niet.
14 Daarna is Hij geopenbaard aan de elven, daar zij aanzaten, en verweet hun hun ongelovigheid en hardigheid des harten, omdat zij niet geloofd hadden degenen,die Hem gezien hadden, nadat Hij opgestaan was.
15 En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen.
16 Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.
17 En degenen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken,
18 Slangen zullen zij opnemen; en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezondworden.
19 De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in den hemel, en is gezeten aan de rechter hand Gods.








