Home Bijbel dagelijks Oude Testament 02 Exodus Exodus 28: Priesterkleding voor Aaron en zijn zonen

Exodus 28: Priesterkleding voor Aaron en zijn zonen

0
1241
Streetartmuur in barokstijl toont Aaron en zijn zonen in priesterkledij met borstplaat, mantels en tulbanden uit Exodus 28.
Muurschildering in barokke streetartstijl van Exodus 28 toont Aaron en zijn zonen in hun heilige gewaden met edelstenen.

In Exodus 28 geeft God aan Mozes gedetailleerde instructies over de heilige kleding die Aaron en zijn zonen moeten dragen bij hun priesterdienst. De kleding dient niet alleen als uiterlijke versiering, maar is ook bedoeld tot heerlijkheid en sieraad, om de priesters af te zonderen voor hun heilige taak in de tabernakel.

Aanstelling van Aaron en zijn zonen

God wijst Aaron, de broer van Mozes, aan als hogepriester, samen met zijn zonen Nadab, Abihu, Eleazar en Ithamar. Zij moeten het priesterambt bedienen voor het volk Israël. God vraagt Mozes om bekwame ambachtslieden met wijsheid te kiezen om de heilige kleding te maken, waarmee Aaron geheiligd zal worden tot priester.

De heilige kleding

God benoemt zes specifieke kledingstukken die voor Aaron gemaakt moeten worden: het borstlap, de efod, de mantel, het geborduurde onderkleed, de tulband en de gordel. Al deze kledingstukken worden vervaardigd uit kostbare stoffen zoals goud, hemelsblauw, purper, scharlaken en fijn linnen. De kleding moet Aaron onderscheiden als de hogepriester in dienst van God.

De efod

De efod is een belangrijk priesterlijk kledingstuk, gemaakt van goud en kleurrijke garens. Aan de schouderbanden worden twee onyxstenen bevestigd met de namen van de twaalf stammen van Israël gegraveerd. Zo draagt Aaron het volk voor Gods aangezicht als een herinnering.

Het borstlap van het oordeel

Op de borst van Aaron moet een prachtig versierde borstlap worden gedragen met twaalf edelstenen, elk met de naam van een stam van Israël. In de borstlap worden ook de Urim en de Thummim geplaatst, die dienen voor het zoeken van Gods wil. Zo draagt de hogepriester het oordeel van Israël op zijn hart voor het aangezicht van de HEERe.

De mantel en overige kleding

De mantel is geheel van hemelsblauw en versierd aan de zoom met granaatappels en gouden schelletjes. De schelletjes laten geluid horen wanneer Aaron in het heiligdom binnengaat, opdat hij niet sterft. Ook wordt een gouden plaat op zijn voorhoofd bevestigd, gegraveerd met de woorden: “De heiligheid des HEEREN”. Deze dient als voortdurende herinnering dat Aaron heilig is voor de dienst aan God.

Kleding voor de zonen van Aaron

De zonen van Aaron ontvangen ook heilige kleding: onderrokken, gordels, tulbanden en andere gewaden. Deze kleding wordt hen gegeven tot heerlijkheid en tot sieraad, om hun heilige dienst te verrichten. Elk detail van hun kleding drukt Gods heiligheid en orde uit.

Conclusie

Exodus 28 benadrukt dat de priesterlijke bediening een heilige roeping is. De kleding van de priesters is niet alleen mooi, maar draagt diepe geestelijke betekenis. Zij wijzen heen naar de volmaakte Hogepriester Jezus Christus, die voortdurend voor Zijn volk pleit.


Exodus 28

1

Gij zult ook een altaar maken van sittimhout; vijf ellen zal de lengte zijn, en vijfellen de breedte (vierkant zal dit altaar zijn), en drie ellen zijn hoogte.

2

En gij zult zijn hoornen maken op zijn vier hoeken; uit hetzelve zullen zijn hoornenzijn, en gij zult het met koper overtrekken.

3

Gij zult het ook potten maken, om zijn as te ontvangen, ook zijn schoffelen, en zijnbesprengbekkens, en zijn krauwelen, en zijn koolpannen; al zijn gereedschap zultgij van koper maken.

4

Gij zult het een rooster maken van koperen netwerk; en gij zult aan dat net vierkoperen ringen maken aan zijn vier einden.

5

En gij zult het onder den omloop des altaars van beneden opleggen, alzo dat hetnet tot het midden des altaars zij.

6

Gij zult ook handbomen maken tot het altaar, handbomen van sittimhout; en gijzult ze met koper overtrekken.

7

En de handbomen zullen in de ringen gedaan worden, alzo dat de handbomen zijnaan beide zijden des altaars, als men het draagt.

8

Gij zult hetzelve hol van planken maken; gelijk als Hij u op den berg gewezenheeft, alzo zullen zij doen.

9

Gij zult ook den voorhof des tabernakels maken; aan den zuidhoek zuidwaarts,zullen aan den voorhof behangselen zijn van fijn getweernd linnen; de lengte enerzijde zal honderd ellen zijn.

10

Ook zullen zijn twintig pilaren en derzelver twintig voeten, van koper zijn; dehaken dezer pilaren, en hun banden zullen van zilver zijn.

11

Alzo zullen ook aan den noorderhoek, in de lengte, de behangselen honderd ellenlang zijn; en zijn twintig pilaren, en derzelver twintig voeten, van koper; de hakender pilaren, en derzelver banden zullen van zilver zijn.

12

En in de breedte des voorhofs, aan den westerhoek, zullen behangselen zijn vanvijftig ellen; hun pilaren tien, en derzelver voeten tien.

13

Van gelijken zal de breedte des voorhofs, aan den oosterhoek oostwaarts, vanvijftig ellen zijn.

14

Alzo dat er vijftien ellen der behangselen op de ene zijde zijn; hun pilaren drie, enhun voeten drie;

15

En vijftien ellen der behangselen aan de andere zijde; hun pilaren drie, en hunvoeten drie.

16

In de poort nu des voorhofs zal een deksel zijn van twintig ellen, hemelsblauw, enpurper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen, geborduurd werk; de pilaren vier,en hun voeten vier.

17

Al de pilaren des voorhofs zullen rondom met zilveren banden bezet zijn; hunhaken zullen van zilver zijn, maar hun voeten zullen van koper zijn.

18

De lengte des voorhofs zal honderd ellen zijn, en de breedte doorgaans vijftig, ende hoogte vijf ellen, van fijn getweernd linnen; maar hun voeten zullen van koperzijn.

19

Aangaande al het gereedschap des tabernakels, in al deszelfs dienst, ja, al zijnpennen, en al de pennen des voorhofs, zullen van koper zijn.

20

Gij nu zult de kinderen Israels gebieden, dat zij tot u brengen reine olie vanolijven, gestoten tot den luchter, dat men geduriglijk de lampen aansteke.

21

In de tent der samenkomst, van buiten den voorhang, die voor de getuigenis is, zalze Aaron en zijn zonen toerichten, van den avond tot den morgen, voor hetaangezicht des HEEREN; dit zal een eeuwige inzetting zijn voor hun geslachten,vanwege de kinderen Israels.