
Exodus 24 beschrijft het formele sluiten van het verbond tussen God en Israël. Het volk stemt in met Zijn woorden, waarna Mozes, Aaron en de oudsten God naderen. Mozes ontvangt de stenen tafelen op de berg. Het hoofdstuk vormt een keerpunt: God verbindt zich op unieke wijze aan Zijn volk.
God roept Mozes en de leiders (vers 1–2)
God zegt tegen Mozes dat hij met Aaron, zijn zonen Nadab en Abihu, en 70 oudsten moet opklimmen. Alleen Mozes mag dicht tot God naderen; de anderen blijven op afstand. Het volk mag de berg niet beklimmen. De ontmoeting met God vereist eerbied en afstand.
Het volk bevestigt het verbond (vers 3–8)
Mozes vertelt het volk alle woorden en wetten van de HEERE. Ze antwoorden eenstemmig: “Alles wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen.” Mozes schrijft alles op. Hij bouwt een altaar en stelt twaalf stenen op als vertegenwoordiging van de stammen.
Jonge mannen offeren brandoffers en vredeoffers. Mozes vangt het bloed op: de helft sprenkelt hij op het altaar, de andere helft op het volk. Hij noemt dit het bloed van het verbond dat God met hen gesloten heeft. Deze bloedritus symboliseert de verbondenheid tussen God en Zijn volk.
De oudsten zien God (vers 9–11)
Mozes, Aaron, Nadab, Abihu en de 70 oudsten klimmen de berg op. Ze zien God en blijven ongedeerd. Onder Zijn voeten is iets als een saffierstenen vloer, helder als de hemel. Het is een zeldzaam moment waarin menselijke ogen de heerlijkheid van God aanschouwen en tegelijk in leven blijven. Ze eten en drinken in Zijn tegenwoordigheid – een heilig verbondsmaal.
Mozes ontvangt de wet op de berg (vers 12–18)
God roept Mozes nog verder omhoog om de stenen tafelen in ontvangst te nemen, waarop de wet en geboden door God Zelf geschreven zijn. Mozes en Jozua gaan samen, maar alleen Mozes klimt verder. De wolk bedekt de berg zes dagen. Op de zevende dag spreekt God uit de wolk tot Mozes.
De heerlijkheid van de HEERE is zichtbaar als een verterend vuur op de top van de berg. Mozes blijft veertig dagen en veertig nachten op de berg, in Gods tegenwoordigheid, om onderwijs en richtlijnen te ontvangen.
Slotgedachte
Exodus 24 is het verbondshoofdstuk van Israël. Het bevestigt hun relatie met God op basis van gehoorzaamheid en offer. Mozes als bemiddelaar beklimt de berg om Gods instructies te ontvangen – een beeld dat vooruitwijst naar Christus, de volmaakte Middelaar van een nieuw verbond.
Exodus 24
1 |
Daarna zeide Hij tot Mozes: Klim op tot den HEERE, gij en Aaron, Nadab enAbihu, en zeventig van de oudsten van Israel; en buigt u neder van verre! |
2 |
En dat Mozes alleen zich nadere tot den HEERE, maar dat zij niet naderen; en hetvolk klimme ook niet op met hem. |
3 |
Als Mozes kwam en verhaalde aan het volk al de woorden des HEEREN, en alde rechten, toen antwoordde al het volk met een stem, en zij zeiden: Al dezewoorden, die de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen. |
4 |
Mozes nu beschreef al de woorden des HEEREN, en hij maakte zich desmorgens vroeg op, en hij bouwde een altaar onder aan den berg, en twaalfkolommen, naar de twaalf stammen van Israel. |
5 |
En hij zond de jongelingen van de kinderen Israels, die brandofferen offerden, enden HEERE dankofferen offerden, van jonge ossen. |
6 |
En Mozes nam de helft van het bloed, en zette het in bekkens; en de helft van hetbloed sprengde hij op het altaar. |
7 |
En hij nam het boek des verbonds, en hij las het voor de oren des volks; en zijzeiden: Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen en gehoorzamen. |
8 |
Toen nam Mozes dat bloed, en sprengde het op het volk; en hij zeide: Ziet, dit ishet bloed des verbonds, hetwelk de HEERE met ulieden gemaakt heeft over aldie woorden. |
9 |
Mozes nu en Aaron klommen opwaarts, ook Nadab en Abihu, en zeventig van deoudsten van Israel. |
10 |
En zij zagen den God van Israel, en onder Zijn voeten als een werk vansaffierstenen, en als de gestaltenis des hemels in Zijn klaarheid. |
11 |
Doch Hij strekte Zijn hand niet tot de afgezonderden van de kinderen Israels;maar zij aten en dronken, nadat zij God gezien hadden. |
12 |
Toen zeide de HEERE tot Mozes: Kom tot Mij op den berg, en wees aldaar; enIk zal u stenen tafelen geven, en de wet, en de geboden, die Ik geschreven heb,om hen te onderwijzen. |
13 |
Toen maakte zich Mozes op, met Jozua, zijn dienaar; en Mozes klom op denberg Gods. |
14 |
En hij zeide tot de oudsten: Blijft gij ons hier, totdat wij weder tot u komen; enziet, Aaron en Hur zijn bij u; wie enige zaken heeft, zal tot dezelve komen. |
15 |
Toen Mozes op den berg geklommen was, zo heeft een wolk den berg bedekt. |
16 |
En de heerlijkheid des HEEREN woonde op den berg Sinai, en de wolk bedektehem zes dagen, en op den zevenden dag riep Hij Mozes uit het midden der wolk. |
17 |
En het aanzien der heerlijkheid des HEEREN was als een verterend vuur, op hetopperste diens bergs, in de ogen der kinderen Israels. |
18 |
En Mozes ging in het midden der wolk, nadat hij op den berg geklommen was; enMozes was op dien berg veertig dagen en veertig nachten. |








