1 Petrus 4

0
73
1 Petrus 4
1 Petrus 4
  1. Omdat Christus dan voor ons in het vlees geleden heeft, moet ook u zich wapenen met dezelfde gedachte: wie in het vlees geleden heeft, is opgehouden met de zonde,
  2. zodat hij de rest van de tijd die hij in het vlees leeft, niet meer voor de begeerten van mensen, maar voor de wil van God leeft.
  3. Want het is voorbijgegaan dat u de wil van de heidenen deed: wandelen in uitspattingen, begeerten, dronkenschap, zwelgpartijen, drinkgelagen en onwettige afgoderij.
  4. Daarbij vinden zij het vreemd dat u niet met hen meeloopt in dezelfde uitstorting van losbandigheid, en zij belasteren u.
  5. Zij zullen rekenschap moeten afleggen aan Hem Die gereed staat om levenden en doden te oordelen.
  6. Want hiertoe is ook aan doden het Evangelie verkondigd, opdat zij weliswaar naar de mens in het vlees geoordeeld zouden worden, maar naar God in de geest zouden leven.
  7. Maar het einde van alle dingen is nabij; wees daarom bezonnen, en waakzaam in de gebeden.
  8. Maar vooral hebt vurige liefde voor elkaar, want de liefde zal een menigte van zonden bedekken.
  9. Wees gastvrij voor elkaar, zonder morren.
  10. Laat ieder van u de gave die hij ontvangen heeft, gebruiken tot welzijn van de anderen, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God.
  11. Als iemand spreekt, laat het dan zijn als woorden van God. Als iemand dient, laat het dan zijn vanuit de kracht die God schenkt, zodat God in alles verheerlijkt wordt door Jezus Christus. Aan Hem behoren de heerlijkheid en de kracht, tot in alle eeuwigheid. Amen.
  12. Geliefden, laat de vuurgloed die tot beproeving dient, die in uw midden is gekomen, u niet bevreemden alsof u iets vreemds overkwam.
  13. Maar verblijd u naar de mate waarin u gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, opdat u zich ook in de openbaring van Zijn heerlijkheid mag verblijden en verheugen.
  14. Als u smaad wordt aangedaan om de Naam van Christus, dan bent u zalig, want de Geest van de heerlijkheid en van God rust op u. Wat hen betreft wordt Hij wel gelasterd, maar wat u betreft wordt Hij verheerlijkt.
  15. Laat niemand van u moeten lijden als moordenaar, of dief, of kwaaddoener, of als bemoeial.
  16. Als u echter lijdt omdat u christen bent, schaam u dan niet, maar prijs God in deze naam.
  17. Want het is nu de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God. En als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?
  18. En als de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt, waar zal de goddeloze en de zondaar dan verschijnen?
  19. Daarom, laten ook zij die naar de wil van God lijden, Hem toevertrouwen dat zij goed doen, als aan een trouwe Schepper.